zaterdag 18 december 2010

Kenniscentrum Phrenos: Juryrapport Douglas Bennett Award 2010

Juryrapport Douglas Bennett Award 2010

Het is mij een eer en genoegen namens het bestuur van Kenniscentrum Phrenos hier te mogen staan. In Kenniscentrum Phrenos, ontstaan vanuit een fusie van de Schizofreniestichting en het Kenniscentrum voor Rehabilitatie en Herstel, werken 27 instellingen samen met als doel het persoonlijk herstel en de maatschappelijke participatie van mensen met psychotische of andere ernstige en meestal langdurige psychische stoornissen te bevorderen.

Dat doen wij door, in nauwe samenwerking met partners in het werkveld kennis te ontwikkelen, te bundelen, te verspreiden en te doen toepassen over behandeling, rehabilitatie, herstel(ondersteuning) en maatschappelijke acceptatie, Vanuit deze kennis proberen wij het beleid ten aanzien van mensen met psychotische stoornissen of andere ernstige psychische aandoeningen te beïnvloeden. Dat dit in deze politiek lastige tijden voor deze mensen hard nodig is moge duidelijk zijn.

Het mag al een traditie heten dat op dit grote, tweejaarlijkse Rehabilitatiecongres de Douglas Bennett Award wordt uitgereikt. Deze prijs is vernoemd naar Douglas Bennett, de in 1997 overleden Engelse psychiater die veel heeft betekend voor de rehabilitatiebeweging, niet alleen in Engeland maar in de hele wereld, niet in de laatste plaats in Nederland.

Inmiddels is het al de vijfde maal dat de Douglas Bennett Award wordt uitgereikt. De Award wordt om de 2 jaar toegekend aan of één of meerdere personen of aan een project of praktijk die op een voorbeeldige en inspirerende wijze hebben gewerkt aan het bevorderen van de kwaliteitsverbetering in de behandeling, rehabilitatie en herstelondersteuning aan mensen met ernstige psychische aandoeningen. Het kunnen zowel personen zijn die betrokken zijn bij recente, originele activiteiten/projecten of juist bij al langer lopende activiteiten/projecten die succesvol en duurzaam blijken te zijn.

De betrokken persoon of personen moeten niet (alleen) betrokken zijn bij ‘papieren’ of al te prille activiteiten/projecten (min. 2 jaar), ze moeten zich ook onderscheiden door een eigen stijl in werkwijze of activiteiten, op systematische wijze werken aan de kwaliteitsverbetering in de behandeling, rehabilitatie en herstelondersteuning aan mensen met ernstige psychische aandoeningen, zich daarbij mede baseren op (onderzoeks)kennis op het betreffende terrein en een voorbeeld en inspiratiebron zijn.

Eerdere Award winnaars waren onder andere Detlev Petry in 1998, Marlieke de Jonge in 2002 en het project Onze Buren uit Dordrecht in 2004. Op het congres in 2006 werd de Award, in de vorm van twee oeuvreprijzen, uitgereikt aan Wilma Boevink en Jos Dröes. In 2008 werd de Award toegekend aan twee bijzondere praktijken op het gebied van sociale relaties en burgerschap van mensen met ernstige psychische aandoeningen: de praktijk van het Kwartiermaken (waar de persoon Doortje Kal onlosmakelijk mee verbonden is) en Buitengewoon; het maatschappelijk steunsysteem in Eindhoven (dat door Hanneke Henkens groot is gemaakt).

Uit 9 mogelijke kandidaten zijn uiteindelijk drie nominaties voor de Douglas Bennett Award geselecteerd. Dat zijn:

  • Debby Kamstra, sociaal-psychiatrisch verpleegkundige en IPS-trajectbegeleider van het Vroege Interventie Psychose (VIP) Team van het AMC in Amsterdam. Zij zet zich er al vele jaren voor in dat cliënten in de gewenste baan of studie aan de slag komen, en is daarbij een onvermoeibare voorvechtster voor het model van Individuele Plaatsing en Steun (IPS) in Nederland.
  • Tom van Wel, beleidspsycholoog en onderzoeker van ABC-voor jongeren met een psychotische kwetsbaarheid, Divisie Willem Arntz van Altrecht GGZ in Utrecht. Hij zet zich al vele jaren op vernieuwende wijze in voor de rehabilitatie, en brengt dit in praktisch handelen, onderwijs, onderzoek en publicaties tot uitdrukking.
  • Het duo Dirk den Hollander en Jean Pierre Wilken. Zij waren beiden jarenlang het gezicht van STORM Rehabilitatie in Nederland en samen de grondleggers van het Systematisch Rehabilitatiegericht Handelen, een rehabilitatiemethodiek die een praktische uitwerking biedt aan de Integrale Rehabilitatiebenadering.

Het was moeilijk om uit deze voortreffelijke kandidaten een keuze te maken. Maar uiteindelijk hebben we wel gekozen: dit jaar gaat de Award naar twee personen die zich al decennia lang bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt op het gebied van de rehabilitatie van mensen met ernstige psychische aandoeningen. Zij zijn als duo in hoge mate verbonden met de opkomst, verspreiding en verdere ontwikkeling van dit werkveld in Nederland. Zij hebben met hun Systematisch Rehabilitatiegericht Handelen (SRH) letterlijk en figuurlijk school gemaakt in Nederland.
Ik doel hier op het duo Dirk den Hollander en Jean Pierre Wilken.

Dirk den Hollander is verpleegkundige (A en B) en werkte als verpleegkundige, leidinggevende en (interim) manager in diverse soorten zorginstellingen: algemene en psychiatrische ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen en in een epilepsie-centrum. Hij studeerde Sociale Pedagogiek (MO A en MO B) en heeft een Masters in Pedagogiek (MEd). Samen met Jean Pierre Wilken ontwikkelde hij het Systematisch Rehabilitatiegericht Handelen (SRH). Momenteel werkt Dirk den Hollander als Hoofdopleider Strengths en SRH bij de RINO Groep te Utrecht. Hij is trainer, coach en supervisor, met een speciale interesse voor rehabilitatiegericht werken bij specifieke doelgroepen en in vele verschillende settings.

Jean Pierre Wilken werd opgeleid als andragoloog en psycholoog en was achtereenvolgens werkzaam bij de Stichting Beschermende Woonvormen Utrecht, de faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht, het Nationaal Ziekenhuisinstituut en Storm Rehabilitatie, kenniscentrum voor psychosociale rehabilitatie. Van 1996 tot 2009 was hij als directeur Onderzoek en Ontwikkeling bij Storm Rehabilitatie werkzaam. Sinds 2002 is hij lector Participatie, Zorg en Ondersteuning bij het kenniscentrum Sociale Innovatie van de Hogeschool Utrecht. Verder was hij vele jaren redactielid van het tijdschrift Passage (tegenwoordig: het Tijdschrift voor Rehabilitatie). Op 12 november j.l. promoveerde hij op het proefschrift ‘Recovering Care. A contribution to a theory and practice of good care’ aan de Universiteit van Tilburg.

Dirk den Hollander en Jean Pierre Wilken vormen al ruim twintig jaar een gezichtsbepalend duo in de Nederlandse rehabilitatiepraktijk voor mensen met ernstige psychische aandoeningen. In sterke mate geïnspireerd door het werk van Douglas Bennett en Geoff Shepherd waren zij de grondleggers van één van de invloedrijkste rehabilitatiebenaderingen hier te lande: het Systematisch Rehabilitatiegericht Handelen (SRH). Zij schreven samen vele publicaties over deze benadering, te beginnen met het boek ‘Psychosociale rehabilitatie: Een integrale benadering’ dat in 1989 verscheen. In deze benadering staan de eigen wensen van de cliënt uiteindelijk centraal, en is er tevens veel aandacht voor de kwetsbaarheid van de cliënt en voor de beïnvloeden van omgevingsfactoren ten gunste van de cliënt.

Later volgden vele andere publicaties, en uit de inhoud daarvan valt op te maken dat het SRH geen statische benadering is, maar telkens weer wordt verrijkt met nieuwe ideeën en praktische uitwerkingen. Zo hebben Den Hollander en Wilken de laatste jaren hun rehabilitatieconcept aangevuld met inzichten uit de ‘herstelbenadering’ en uit de presentiebenadering, alsook met elementen uit het Strengths Model van Charles Rapp uit de Verenigde Staten. In dat laatstgenoemde model, dat ook wel Krachtenmodel wordt genoemd, staan de sterke kanten en talenten van de cliënt centraal, en niet zijn ziekte of beperkingen. Bovendien wordt de samenleving gezien als een onuitputtelijke bron van mogelijkheden en kansen voor de cliënt. De invloed van dit model is duidelijk zichtbaar in hun nieuwste gezamenlijke publicatie ‘Zo worden cliënten burgers. Praktijkboek Systematisch Rehabilitatiegericht Handelen’, dat in februari 2011 bij Uitgeverij SWP zal verschijnen.

Dirk den Hollander en Jean Pierre Wilken hebben in de afgelopen twee decennia een groot aantal GGZ-hulpverleners opgeleid in de SRH-methodiek. Tevens hebben zij trainers en coaches in deze methodiek opgeleid, hetgeen het bereik van het SRH nog verder heeft vergroot in Nederland. Dit heeft erin geresulteerd dat deze rehabilitatiemethodiek momenteel in een groot aantal Nederlandse instellingen wordt toegepast, zowel in integrale GGz-instellingen als in RIBW’s en in instellingen voor Maatschappelijke Opvang. Daarnaast wordt deze methodiek gebruikt in een aantal Oost-Europese landen, België en Denemarken.

Dirk den Hollander en Jean Pierre Wilken behoren tot de kleine groep mensen die aan de wieg hebben gestaan van de rehabilitatiebeweging in Nederland. Het is mij een eer en een genoegen om jullie, namens het bestuur van Kenniscentrum Phrenos, de Douglas Bennett Award 2010 uit te reiken voor al jullie verdiensten als inspiratoren, praktische vormgevers en theoretische denkers op het gebied van de psychiatrische rehabilitatie in Nederland.

De prijs bestaat uit een kunstwerk 'met last de lucht in' van Dave Stamm uit Hendrik-Ido Ambacht, een oorkonde en een geldbedrag van € 500,-. Dave (27 jr.) is een autodidactische kunstenaar uit Hendrik Ido Ambacht. Zijn werken bestaan zowel uit tekeningen, collages, schilderijen als uit sculpturen. Dave werd op zijn 18e overvallen door een psychose. Wat hem overeind hield in die periode was een stroom van tekeningen, waarin hij zijn creativiteit en tekentalent kwijt kon. De werken van Dave Stamm zijn intrigerend, mooi van lijn en uitvoering en getuigen van een authentiek, eigen idee over hoop en liefde en van de moed om met de last van een stoornis het leven aan te blijven gaan.

Paul van Rooij
bestuurslid Kenniscentrum Phrenos,
Utrecht 15-12-2010

Laatst aangepast (donderdag, 16 december 2010 14:56)

maandag 22 november 2010

Gelijkwaardigheid en psychiatrie

5e Deviant debat

Gelijkwaardigheid en psychiatrie

Decennia lang was de relatie GGZ-cliënt- hulpverlener bijna per definitie
ongelijkwaardig. Maar de hulpverlener, die vroeger bij een cliënt de deur op slot
draaide, moet nu aanbellen en mag blij zijn als hij wordt binnen gelaten. Cliënten worden
mondiger, bevoogding raakt uit de tijd. Gelijkwaardigheid en wederzijds respect zijn
sleutelwoorden, die steeds frequenter in beleidsplannen opduiken. Goede zorg gaat uit
van de belangen van de cliënt en is gebaseerd op gelijkwaardigheid, heet het anno 2001.
Maar wat betekenen die woorden? In hoeverre wordt dit met de mond beleden principe
ook in praktijk gebracht? Welke barrières zijn er te overwinnen en welke ontwikkelingen
bevorderen gelijkwaardigheid? Deviant, tijdschrift tussen psychiatrie en maatschappij en
het Platform GGZ Amsterdam organiseerden op 19 april 2001 een openbaar debat over
de betekenis van gelijkwaardigheid in een psychiatrische setting.

19 april 2001, 14.00 uur. In het Amsterdamse CREA theater zijn alle stoelen bezet.
Laatkomers moeten genoegen nemen met een staanplaats. Het is duidelijk: het thema
gelijkwaardigheid en psychiatrie scoort. Het scoort, meldt discussieleider Gee de Wilde, omdat
er nogal wat gevoelde ongelijkwaardigheid is in de psychiatrie. En niet alleen in de psychiatrie;
ook het dagelijks leven is doortrokken van ongelijkwaardigheid. “We hebben allemaal in onze
jeugd wel eens gevraagd: ‘waarom moet ik dit doen?’” verduidelijkt de Wilde. “Dan
antwoordde je vader of moeder: ‘omdat ik het zeg.’ Tegenwoordig worden dergelijke botte
antwoorden vermeden en heet het: ‘omdat onderzoek heeft uitgewezen dat dit het beste voor je
is.’ De boodschap wordt in bedekte termen uitgedragen, maar in wezen is er weinig nieuws
onder de zon.” Toch is er een algehele trend richting toenemende gelijkwaardigheid te
bespeuren, meent een eerste discussiant. Hij wijst op de bejegening van homoseksuelen, die
nog niet zo lang geleden als “grof vuil” werden beschouwd, maar inmiddels mogen trouwen en
kinderen kunnen adopteren. Een andere seksuele geaardheid is geen vrijbrief om mensen
ongelijk te behandelen. Na deze positief getoonzette aftrap, volgen de kanttekeningen. “Een
leerling op school is afhankelijk van een docent, volwassenen zijn ook weer afhankelijk. Die
ongelijkheid is een gegeven, ook in de psychiatrie”, meent een vrouwelijke spreker. Een
mannelijke opponent nuanceert: “Als een chirurg jou moet opereren, is er geen sprake van
gelijkwaardigheid, maar je kunt wel proberen gelijk- waardig te zijn. Je kunt in het
voorgesprek, als het gaat over de wijze waarop er kan worden ingegrepen, vanuit die gelijk-
waardigheid functioneren en samen nagaan wat de mogelijkheden zijn, waarna je in
samenspraak een keuze maakt. Maar als je eenmaal onder het mes ligt, is er geen sprake meer
van gelijkwaardigheid, want dan oefent die chirurg gewoon zijn vak uit.”
“Gelijkwaardigheid en gelijkheid, de begrippen tuimelen over elkaar heen,” concludeert de
Wilde. “Is het belangrijk ze uit elkaar te houden?” De microfoon zwaait naar Dorine Bauduin,
verbonden aan het Trimbos Instituut, die een poging tot ontleden onderneemt: “Mensen zijn
onderling verschillend, maar toch moet je elkaar gelijk behandelen, omdat iedereen gelijk is in
waarde,” zegt ze. Daarmee sluit Bauduin aan bij de omschrijving in de Grote van Dale.
Gelijkwaardigheid, meldt het woordenboek, betekent: ‘gelijk in waarde, maar in vorm, soort of
hoedanigheid verschillend.’

Eigen netwerk
Daarmee is het laatste woord niet gezegd. Diverse sprekers wijzen op het verschil in
machtsverhoudingen, dat vooral in de psychiatrie veelal schrijnend aanwezig is. “De
hulpverlener moet niet de taal van de machthebber spreken, maar de taal van de cliënt, op het
moment dat deze lijdt. Er is pas sprake van gelijkwaardigheid als de vragen die de cliënt stelt,
op respectvolle wijze worden beantwoord.” “Ongelijkwaardigheid is geen gegeven,” meent een
volgende spreekster. “Afhankelijkheid is een gegeven, maar het feit dat we allemaal in
verschillende situaties van elkaar afhankelijk zijn, wil nog niet zeggen dat we ongelijkwaardig
zijn. Mensen zijn verschillend, hebben verschillende soorten kennis, maar dat betekent niet dat
de ene mens meer waard is dan de ander.” “Als iemand bepaalde kennis heeft waarmee jij kunt
worden geholpen en zo iemand gaat met respect met je om, dan is er geen sprake van
ongelijkwaardigheid,” beaamt een volgende discussiant. “We praten dan gewoon over
verschillen tussen mensen en het is alleen maar goed dat die er zijn. Niet iedereen wil bij de
Belastingdienst werken.”
Het feit dat iemand over macht beschikt, impliceert niet dat daar per definitie misbruik van
wordt gemaakt, menen verschillende sprekers. Maar toch ligt het gevaar, zeker in de
psychiatrie, voortdurend op de loer. In het overvolle zaaltje van het CREA theater, waar de
temperatuur subtropische waarden bereikt, wordt oud zeer opgerakeld en raken de
gemoederen soms danig verhit. “Ik heb hulpverleners nog nooit als gelijkwaardig gezien,”
betoogt een strijdlustige dertiger. “Ik zie ze eerder als minderwaardig, omdat ze niets toevoegen
aan mijn persoon. Een hulpverlener kan hooguit een luisterend oor bieden, maar dan nog moet
je een hele avond praten, met het risico dat je niet wordt begrepen. Ik zie meer in
zelfhulpgroepen. Maak je niet afhankelijk, creëer je eigen netwerk. Dat doe ik ook en zo
participeer ik volwaardig in de maatschappij.”

Fijne psychiater
Welke ervaringen hebben psychiatrische cliënten met ongelijkheid en ongelijkwaardigheid?, wil
de discussieleider weten. Reacties blijven niet uit. “Ik heb een hele fijne psychiater”, erkent een
goedgebekte vrouw, “maar toch ervaar ik mijn positie als ongelijkwaardig. Dat heeft alles te
maken met afhankelijkheid: ik besef dat ik geheel afhankelijk ben van iemands kennis en kunde.
Toch heb ik vrede met die ongelijkwaardige relatie en dat komt omdat ik met respect wordt
behandeld.” Niet iedereen kan leven met die gevoelde afhankelijkheid: “Het voelt onprettig,
omdat je geen of weinig invloed op je eigen situatie kunt uitoefenen. Voor het nemen van
beslissingen ben je afhankelijk van de informatie die de hulpverlener je aanreikt. Als die persoon
informatie weglaat, vallen je beslissingen anders uit. Je hebt je eigen leven maar voor een
beperkt deel in de hand.”
Macht en afhankelijkheid, het zijn thema’s die veel cliënten verontrusten. Gelijkwaardigheid is in
praktijk nog ver te zoeken, menen verschillende sprekers. “Als psychiatrisch patiënt ben je
onmondig. Voor het zelfde geld word je bij wijze van spreken doodgespoten. Je hebt geen
enkel recht van spreken, want je bent in de war. Er wordt niet naar je geluisterd, je bent
nergens.”

Stigmatiserend
Wantrouwen is een levensgroot probleem in de hulpverleningssituatie, zo bleek tijdens dit vijfde
Deviant debat. Dat wantrouwen is soms heel hardnekkig, geeft een spreekster toe: “ Ik ben in
therapie geweest en aan het begin zei mijn therapeute: jij bepaalt wat er hier gebeurt. Ik heb er
twee jaar over gedaan voor ik haar kon geloven. In die twee jaar is gebleken dat ze de
waarheid sprak. Ik denk dat mijn hele probleem eruit bestaat, dat ik iedereen wantrouw in dit
veld.”
Een psychiatrisch patiënt wordt gereduceerd tot zijn ziektebeeld, menen diverse sprekers. Die
etikettering verhindert bij voorbaat een gelijkwaardige behandeling. “Ik heb er bezwaar tegen
dat ik niet als persoon binnen kom, maar als ziektebeeld,” legt een spreekster uit. “Maar we zijn
allemaal individuen, we zijn allemaal verschillend, ook al hebben we dezelfde ziekte.” Haar
buurvrouw knikt instemmend: “Ik heb borderline en dan ben je per definitie lastig. Van
gelijkwaardigheid is dan geen sprake. Een hulpverlener zou moeten beginnen met mij te zien als
mens, want ik heb meer kanten dan alleen borderline.” “Ik herken dat”, beaamt een vrouw op
de eerste rij. “ Je krijgt een etiket opgeplakt en vervolgens word je geïdentificeerd met dat
etiket en word je zoveel mogelijk rustig gehouden. Ik ben manisch depressief, maar ik heb nooit
het idee gehad dat serieus is geprobeerd daar iets aan te doen.” Een mannelijke cliënt is het niet
geheel eens met de voorgaande sprekers: “Het is van levensbelang dat een therapeut bepaalt
wat er aan de hand is en het is onvermijdelijk dat daarbij jargon wordt gehanteerd. Zelf heb ik
twintig jaar moeten wachten op mijn diagnose. Ik was dolgelukkig toen eindelijk duidelijk werd
wat er met mij aan de hand was. Dat heeft ook de grondslag voor de verdere behandeling
gelegd. Het stellen van een diagnose is gewoon de voorwaarde voor het op gang brengen van
een therapeutisch proces.”
Etikettering is wellicht onvermijdelijk, maar het werkt al snel stigmatiserend, weet een
spreekster: “Ik probeer weer aan het werk te komen, maar als borderliner is dat allesbehalve
makkelijk. Als je een bepaald etiket hebt, wordt vergeten dat je ook andere, goede en gezonde
kwaliteiten hebt.”

Gezonde werkrelatie
Gee de Wilde voert de discussie terug naar het eigenlijke thema en wil weten of er cliënten zijn
die hebben ervaren dat een gelijkwaardige therapeutische relatie mogelijk is. Dat blijkt het
geval.”Vanaf het begin heb ik een hele duidelijk werkrelatie met Maria, mijn therapeut,” meldt
een jonge vrouw. “Het is in mijn beleving ook een hele gelijkwaardige relatie, omdat er naar me
wordt geluisterd, omdat er vertrouwen is en omdat ik als individu wordt behandeld en een eigen
inbreng heb.”
Een gezonde, gelijkwaardige relatie tussen cliënt en hulpverlener is en blijft een werkrelatie, die
alleen floreert als de grenzen duidelijk zijn gemarkeerd. Een zekere afstand is voorwaarde voor
een gelijkwaardige relatie: “Ik ben jarenlang in therapie geweest bij een vrouwelijke
psycholoog. Op het laatst waren we zo vertrouwd met elkaar geworden, dat zij mij als vriendin
ging zien. Op een dag nodigde ze me uit voor een huwelijksfeest. Eerst vond ik dat eng, maar
uiteindelijk ben ik er toch naar toe gegaan. Het was ontzettend gezellig, maar na afloop dacht ik:
ik kan nooit meer bij haar als psycholoog terecht. Waarom? Omdat het te gelijk was. Ik had
dat al eerder gemerkt, toen ik haar vertelde dat er iets op lichamelijk gebied met mij aan de
hand was. Ze was daar heel erg emotioneel door geworden. De afstand ontbrak en zonder
voldoende afstand kan een hulpverlener je niet de hulp bieden waar jij om vraagt.”
De cliënte van Maria knikt instemmend: “Als Maria tegen mij zou zeggen: ‘Ik geef een feestje,
kom je ook?’, zou ik antwoorden: ‘Sorry, maar zo sta je niet in mijn leven. We hebben een
zakelijke overeenkomst. Ik heb je kennis nodig, je kunde, je begeleiding, niet je vriendschap.’”
“Maria, waarom nodig jij haar niet uit voor een feestje”, wil De Wilde weten. “Als ze bij mij op
een feestje komt is de kans groot dat ze van alles over mij te weten komt,” antwoordt de
therapeute. “Dan kan ze zich zorgen over mij gaan maken, maar daar betaalt ze mij niet voor.
Ze betaalt mij om aandacht van mij te krijgen, die ze elders niet op die manier krijgt. Die
aandacht moet ik haar geven, dat is onze deal. Dat impliceert dat je afstand moet bewaren,
want anders is een cliënt misschien geneigd rekening te houden met het feit dat ik een gezin en
kinderen heb en dat is niet de bedoeling. Je moet altijd zorgen dat jij degene bent die geeft wat
iemand nodig heeft en als je dat niet meer kunt geven, moet je stoppen.”

Gelijkwaardige uitwisseling
Psychiaters zijn er in maten en soorten, zo bleek uit het relaas van een man, die tien jaar geleden
bij een bijzondere hulpverlener belandde. “Die psychiater zei: dit is jouw probleem, niet mijn
probleem.Vervolgens moest ik mijn hele verhaal zelf noteren. Dat was goed voor mij. Ik moest
voorlezen wat ik had opgeschreven en als ik dan vroeg: wat gaan we verder doen? zei hij: ’Zeg
het maar. Jij bepaalt het’. Hij was meer een adviseur en dat vond ik wel prettig. Hulpverleners
moeten je een spiegel voor houden, zodat je jezelf weer duidelijk van alle kanten kunt zien.
Zo’n bescheiden, adviserende rol van een hulpverlener, vind ik goed.”
De discussie kabbelt voort, om tenslotte weer uit te komen bij het hoofdthema, dat de
gemoederen blijft beroeren. Vanaf een staanplaats achterin probeert een mannelijke discussiant
de begrippen gelijkheid en gelijkwaardigheid te ontwarren. “Mensen zijn niet gelijk, maar wel
gelijkwaardig. Als ik in een winkel iets koop, ben ik niet gelijk aan die winkelier, want die heeft
andere belangen. Maar er vindt wel een uitwisseling plaats en die dient op gelijkwaardige basis
te gebeuren. Je moet als klant serieus worden genomen en ervan op aan kunnen dat je geen
appels krijgt, als je uien hebt besteld.” Een Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige meent dat
gelijkwaardigheid onmogelijk is, zolang hulpverleners geld verdienen aan contacten met cliënten.
“Dat uitgangspunt is gewoon ongelijkwaardig. Ik probeer wel die relatie gevoelsmatig
gelijkwaardiger te krijgen, door me te verdiepen in de levensgeschiedenis van de persoon die
tegenover me zit. Ik wil een zo volledig mogelijk beeld krijgen; daardoor wordt iemand ook
waardevoller voor mij. Ik probeer me ook in iemands positie te verplaatsen en denk altijd: ik
kan zelf ook in de situatie van cliënt terecht komen. Hoe zou ik me voelen aan de andere kant
van die tafel? Door dit soort dingen te bedenken, probeer ik die gelijkwaardigheid te vergroten,
maar echt gelijkwaardig wordt zo’n hulpverleningssituatie nooit.”

Niet heilig
Een psychiater moet laten zien dat hij ook maar een mens is, betoogt een volgende discussiant.
Hij moet z’n zwakke kanten durven tonen, alle arrogantie laten varen en tonen dat ook hij niet
heilig is. “Ik heb vijf jaar een psychiater gehad en die zei: jij hebt borderline, maar ik heb
borderline trekjes. Regelmatig lagen we overhoop, maar het is de meest menselijke hulpverlener
die ik ooit heb ontmoet. Hij liet iets van zichzelf zien en daardoor was er een band. Tegelijk
bleef hij de hulpverlener, die mij dingen leerde.”
Cliënten hebben vaak de behoefte om iets aardigs te doen richting hulpverlener. Dat varieert
van het aanbieden van een kop koffie tot het bakken van een taart of het leveren van een dienst.
Dit soort gebaren verkleint de afstand tussen cliënt en hulpverlener en vergroot het gevoel van
gelijkwaardigheid. Er is sprake van een wisselwerking waar beide partijen veelal van genieten.
Dorine Bauduin resumeert: “In de psychiatrie is veel ongelijkheid. Die is inherent aan de
verschillende posities die mensen innemen. Een cliënt verdient op een andere manier zijn geld
dan een hulpverlener. Dat hoeft een gelijkwaardige relatie - wat inhoudt dat ze elkaar als mens
gelijkwaardig behandelen – niet in de weg te staan. Het is belangrijk dat een cliënt als individu
wordt gezien en met respect wordt behandeld. Dat er goed naar de cliënt wordt geluisterd. Ik
denk dat het belangrijk is om als hulpverlener in de huid van de cliënt te kruipen. Maar ook een
cliënt moet zich kunnen verplaatsen in de ander. Hij dient te beseffen wanneer hij respectvol is
en wanneer niet. Op het gebied van gelijkwaardigheid hebben ze allebei een rol te vervullen.”

Dek je in!
De koffie is genuttigd, de pauze voorbij. De Crea-locatie is nog altijd propvol, want, weten de
betrokkenen, in het tweede deel van het middagprogramma passeren de mogelijkheden om het
gevoel van gelijkwaardigheid te vergroten de revue. Stimuleren nieuwe ontwikkelingen in de
psychiatrie, zoals het Persoonsgebonden Budget (PGB), cliëntgestuurde initiatieven en
ongebonden schilvoorzieningen de gelijkwaardigheid? De discussieleider geeft het woord aan
Cor van Houselt, een maatschappelijk werker die zich laat inhuren door mensen die beschikken
over een Persoonsgebonden Budget. “Mijn cliënten kiezen bewust voor mij als hulpverlener en
ze sluiten met mij ook een contract af. Het staat de klant vrij om te zeggen: dit bevalt me niet
langer, ik ga naar een ander. Ik denk dat het PGB een instrument is dat de gelijkwaardigheid
kan bevorderen, omdat er een hele concrete materiële transactie plaats vindt: er wordt in
onderling overleg een afspraak gemaakt over de te leveren diensten en daar wordt vervolgens
voor betaald. Dat lijkt me aardig gelijkwaardig. Het feit dat ik mijn praktijk aan huis heb, dat
mensen ook iets van mijn privé situatie afweten en dat ze me altijd als daar een reden voor is
mogen bellen, stimuleert ook dat gevoel van gelijkwaardigheid.” “Zit er iemand met een PGB in
de zaal”, wil Gee de Wilde weten. Dat blijkt het geval. Naast Cor van Houselt zit een kordate
vrouw, die sinds 1997 over een eigen GGZ- budget beschikt. Voor vier uur per week mag zij
haar diensten inkopen. In het begin probeerde ze dat bij de reguliere instellingen te doen, maar
daar is ze ontevreden weggelopen, omdat haar persoonlijk begeleider zelden of nooit te
bereiken was. “Ik heb het geluk dat ik Cor heb gevonden”, zegt ze, “want hij is er gewoon voor
je. Ik heb ook een crisiskaart, dus als die Rechterlijke Machtiging er komt, waar nu sprake van
is, kunnen ze mij niets maken. Ik heb mezelf aan alle kanten ingedekt, want ik wil niet in de
isoleer, ik wil geen spuiten, ik wil geen psychiaters. Dus mensen, doe als ik, dek je goed in.
Zorg dat je een PGB krijgt, dan kun je zelf de hulp inkopen die jij wenst. Zorg dat je een
crisiskaart krijgt, zodat die gekke psychiaters je niet de isoleercel in kunnen werken. Zorg voor
goede hulp, allemaal. Dek je in!” “

Wonderlijke verdieping
Als de aanwezigen zijn uitgeklapt, mag Heinz Molders uitleggen hoe bij Multiloog – zijn
geesteskind - de regels van gelijkwaardigheid worden gehanteerd. “Het gaat er bij ons om dat
mensen op een veilige manier hun hart kunnen luchten. Er heerst geen wij-zij sfeer. Cliënten,
familieleden, buurtgenoten en hulpverleners zitten als gelijken bijeen. Iedereen kan die dingen
inbrengen die men in wil brengen en de aanwezigen hebben respect voor elkaar en luisteren
naar elkaar.” Bij Multiloog lukt wat in de kliniek mislukt, weet een hulpverleenster. “Ik streef op
mijn werk ook altijd een gelijkwaardige dialoog na, maar dat lukt zelden. Bij Multiloog weet je
niet wat de ander is of doet. Dat is in die setting ook irrelevant en dat maakt deze
bijeenkomsten zo uniek. Er was een keer een politieman die daar, eigenlijk tegen de regels in, in
uniform binnen kwam. Toen hij vertrok werd er gezegd: u kwam hier binnen als agent en u gaat
hier weg als mens. De relatie hulpverlener- cliënt ondergaat bij Multiloog een wonderlijke
verdieping. Het bereiken van gelijkwaardigheid kost in die setting geen enkele moeite.”
Zelfhulpgroepen en lotgenotencontacten voor zowel cliënten als voor hun familieleden blijken
eveneens bevorderlijk voor de gelijkwaardigheid. Men vindt er herkenning, erkenning,
bevestiging en steun, met als effect meer zelfvertrouwen, meer durf en een groter gevoel van
eigenwaarde. ”Ik ben lid van de Vereniging ‘Knokkers’”, meldt de strijdlustige dertiger, die al
eerder zijn mond roerde. “Dat zijn allemaal mensen die in het verleden veel ellende hebben
meegemaakt en er altijd alleen voor hebben gestaan. Bij de ‘Knokkers’ heb ik voor het eerst
betrokkenheid, intimiteit en openheid ervaren; gevoelens die ik mijn hele leven niet heb gekend.
Van deze positieve ervaringen heb ik in mijn leven veel profijt.”
Op het terrein van de zelfhulp bloeien honderd bloemen en die moeten vooral blijven bloeien,
menen diverse sprekers, maar toch kan het geen kwaad om wat bruggen te slaan tussen de
verschillende initiatieven. Immers, een stevig, gezamenlijk fundament is bevorderlijk voor een
professionele manier van werken. Bovendien kan er dan met meer effect worden gelobbyd.
“We kennen in Nederland de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie, maar tussen die
club en de diverse lotgenotengroepen zit geen schakel,” signaleert een mannelijke spreker. “Die
schakel is wel wenselijk, want we moeten als cliënten aan machtsvorming gaan doen, anders
komen we nooit een stap verder.”
Een eerste aanzet tot machtsvorming is al gegeven, in de vorm van de Landelijke Federatie
Ongebonden Schilvoorzieningen. Dat is een onafhankelijke federatie van voorzieningen die
naast de psychiatrie staat, zoals wegloophuizen, zelfhulpgroepen en vriendendiensten. Deze
stichtingen willen samen bij het ministerie financiering van hun voorzieningen aanvragen.

Uit de eigen cocon
Het loopt tegen vijven. De discussieleider werkt naar een afronding toe, maar eerst mag een
vertegenwoordigster van de Stichting Vriendendienst nog enkele wapenfeiten etaleren. In
Amsterdam telt de Vriendendienst 255 vrijwilligers. Het afgelopen jaar maakten 447 mensen
gebruik van de diensten van de stichting. Maar…er is een wachtlijst. En er is een tekort aan
vrijwilligers. Dat betekent dat er nog altijd mensen nodeloos achter de geraniums vereenzamen.
Voor mensen die lang op een ‘maatje’ moeten wachten, heeft stichting De Waterheuvel, een
Amsterdams clubhuis, een ontmoetingsplek gecreëerd. Maar er zijn meer mooie initiatieven te
melden. Zo werd op 27 oktober van het vorig jaar de vereniging ‘Psychi-anders’ opgericht:
een vereniging voor mensen met een kritische blik op de psychiatrie. Zij ontvingen een
startsubsidie van tweeduizend gulden uit het Noord Hollandse Cliëntenfonds. Ook andere vers
gestarte cliëntengroepen kunnen bij dit fonds een eenmalige subsidie van maximaal tweeduizend
gulden aanvragen.
Het vijfde Deviant debat eindigt met een verzoek om de petitie tegen het wetsvoorstel
Voorwaardelijke Rechterlijke Machtiging te tekenen. En met een oproep. De oproep om uit de
eigen cocon te stappen en de maatschappelijke acceptatie buiten de eigen kring te zoeken.
“Hier in het Crea theater zitten we met allemaal gelijkgestemden. Maar we moeten ons ook op
andere plekken in de maatschappij manifesteren. We moeten tonen dat we als psychiatrisch
cliënt niet onder doen voor niet-cliënten. We moeten laten zien dat we mee kunnen doen in de
maatschappij. Dat we gelijk-waardig zijn.


Uitzendbureau voor psychiatrische patiënten

Uitzendbureau voor psychiatrische patiënten

Uitzendbureau voor psychiatrische patiënten

NIVEL: psychiatrie22 november 2010 | Drie uit tien vernieuwende projecten in de langdurige psychiatrische zorg kunnen zo worden overgenomen door andere instellingen, zo blijkt uit een evaluatie. Acht van de tien realiseren de gewenste doelstellingen.

Een uitzendbureau waar cliënten binnen de psychiatrische instelling vacatures zoeken en bemiddelen voor andere cliënten, zodat zij hun kennis en vaardigheden kunnen inzetten; een cursus voor broers en zussen van schizofreniepatiënten die ze met praktijkoefeningen helpt tot een zo normaal en voor allemaal zo plezierig mogelijk contact te komen; of een computerprogramma en vragenlijst die patiënten helpen hun ervaringskennis te benutten en met de psychiater tot gezamenlijke besluitvorming te komen. Dit zijn drie voorbeelden van innovatieve projecten binnen de psychiatrie die zijn bedoeld om de kwaliteit van leven van patiënten in de langdurige psychiatrische zorg te verbeteren.

Geruststellende gedachte
Het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) evalueerde tien van deze kleine innovatieve projecten. Projecten en de evaluatie zijn gefinancierd door het Innovatiefonds Zorgverzekeraars. NIVEL-programmaleider prof. Peter Verhaak: “Effecten kun je in zo’n onderzoek niet meten, maar de projecten blijken wel in een behoefte te voorzien. Bij de cursus voor broers en zussen van schizofreniepatiënten geven bijvoorbeeld ouders aan dat ze enthousiast zijn over dat initiatief. Zij vinden het een heel geruststellende gedachte dat als zij er niet meer zijn, hun andere kinderen nog in contact blijven met hun broer of zus met schizofrenie. Maar over het algemeen is op zo’n korte termijn nog moeilijk aan te geven wat deze projecten opleveren. We hebben daarom bij onze evaluatie gekeken naar plan van aanpak, doelen, uitvoerbaarheid en randvoorwaarden voor succes.”

Voortzetten
In zes projecten is het plan van aanpak uitgevoerd, in vier voor een deel. In acht van de tien projecten worden de geplande doelen gehaald. Zes van de tien projecten zetten hun activiteiten voort, en drie daarvan lopen zo goed dat anderen ze zo kunnen overnemen. De andere drie nemen zich in ieder geval voor door te gaan. Verhaak: “De evaluatie van deze projecten heeft ons geleerd met welke factoren je rekening moet houden – bijvoorbeeld dat je van tevoren draagvlak creëert – wanneer je met een vernieuwend project aan de slag gaat en kan zo bijdragen aan het succes van nieuwe projecten in de toekomst.”

Financier
- Innovatiefonds Zorgverzekeraars

Werk en psychiatrie – LUX, 23 nov | Nijmegen nieuws

Werk en psychiatrie – LUX, 23 nov | Nijmegen nieuws

Werk en psychiatrie – LUX, 23 nov

Werk en psychiatrie
LUX – Dinsdag 23 november 2010

Weer aan de slag na (langdurige) uitval

Stel je hebt een tijd met een depressie thuis gezeten maar je bent weer klaar voor de arbeidsmarkt.
Dat betekent dan nog niet dat de arbeidsmarkt ook klaar is voor jou. Het overkomt een hoop mensen
met psychische en psychiatrische klachten: na een burnout, depressie, angststoornis, psychose of
andere ziekte zijn werkgevers huiverig om hen aan te nemen. Hoewel mensen na (langdurige) uitval
vaak extra gemotiveerd zijn om aan het werk te gaan, zijn werkgevers bang dat iemand met een
dergelijke bagage ook in de toekomst misschien zal uitvallen. Welke problemen komen de werkzoekenden tegen? En wat is de afweging van een werkgever om hen wel of niet aan te nemen? Juist in tijden van crisis zullen werkgevers zo min mogelijk risico willen nemen; wat moet er dan gebeuren om twijfelende werkgevers toch te overtuigen?

In LUX gaan wetenschappers, werkgevers, overheid en ervaringsdeskundigen met elkaar in gesprek.
Theatergroep Zorgbehang verzorgt tijdens het programma een toepasselijk en tot de verbeelding
sprekend intermezzo.
Met onder anderen Roland Blonk (hoogleraar arbeidspsychologie Universiteit Utrecht), Turgay Tankir
(wethouder werk & inkomen gemeente Nijmegen), Toneelgroep Zorgbehang.

Dinsdag 23 november / aanvang 20 00 uur / gratis toegangskaarten verkrijgbaar aan de kassa
van LUX / reserveren via 0900 5 89 46 36

Een programma in samenwerking met De Kentering, BWN en WIG.



MEER UITGAAN, activiteiten, cafe's, restaurants, etc.. Uitgaan Nijmegen en omstreken

* Informatie over uitgaan, evenementen, activiteiten, feest, exposities, cursussen, onderwijs, vacatures, business en veel meer in Nijmegen en omgeving vindt u op Nijmegen Online

vrijdag 19 november 2010

Zorg op eigen kracht heeft de toekomst « Zorgelijkjes

Zorg op eigen kracht heeft de toekomst « Zorgelijkjes

Zorg op eigen kracht heeft de toekomst 19 november 2010

Filed under: Klant centraal in zorg — harrietmessing @ 1:18 pm

Veel enthousiasme en inspiratie was voelbaar tijdens de bijeenkomst ‘Eigen Kracht en Liefde in de gezondheidszorg’ van Zorginspiratie Nederland (ZiN). ZiN wil duurzame en menslievende zorg bevorderen. Het thema van de avond ging over manieren waarop individuen, families met hun sociale omgeving de kracht kunnen ontwikkelen om zichzelf te herstellen of hernemen. Tijdens de bijeenkomst lieten zeven sprekers zien hoe zij in hun eigen werkveld concreet invulling geven aan dit thema. De menselijke maat in de zorg blijkt niet alleen goed voor hulpvragers. Door hen te versterken tot het nemen van eigen regie blijkt ook dat er minder formele zorg nodig is. Dit lijkt dus dé weg naar een toekomstbestendig en betaalbaar Nederlands zorgsysteem.

Rob van Pagée sprak namens de Eigen Kracht Centrale. Rob is advocaat voor eigen regie van burgers: “De eigenaar van het probleem bezit ook de oplossing. Iedereen heeft een sociaal netwerk van gemiddeld 28 personen. Dat moet je activeren. De hoofdpersoon nodigt dit netwerk uit op een ‘Eigen Kracht Conferentie’. Samen met hen bedenkt hij wat hij precies aan hulp nodig heeft en hoe dat georganiseerd kan worden. Dan blijkt dat 80 procent van de hulp uit zijn eigen netwerk kan komen en slechts 20 procent nodig is aan begeleiding vanuit overheid en/of hulpverlening. De hulpverlener neemt de burger dus niet meer bij de hand en helpt. Hij faciliteert slechts. Dat betekent dat hulpverleners de macht uit handen moeten geven en dat vinden ze heel moeilijk. Het belangrijkste dat de formele zorg en hulpverlening kan doen is dit proces vertrouwen en de ruimte geven.

HerstelCoach

Sabine Smits van Kenniscentrum Zelfhulp en Ervaringsdeskundigheid (KZE) vertelde over hoe zij emancipatie, zelfzorg en eigen kracht van burgers bevorderen door middel van het inzetten van ervaringsdeskundigen. Ervaringsdeskundigheid betekent dat een patiënt voldoende is hersteld is en met zijn problemen kan omgaan. Het verhaal van ervaringsdeskundige Huib Kooijman was zeer aansprekend. Huib worstelt al een leven lang met psychose en verslaving. Als ‘Herstelcoach’ voor anderen kan hij zichzelf helpen door anderen te helpen. Hij leerde te vertellen over zijn ervaringen en kreeg daarmee ook meer inzicht in zijn eigen ziektebeeld. Bij gesprekken worden ‘Herstelkaartjes’ gebruikt om de dialoog op gang te brengen. Het was voor Huib een verademing om weer zelf aan het roer te staan, De methode zet de cliënt in zijn eigen kracht, geeft weer hoop en bevordert zelfvertrouwen.

Hippokrates: 'Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbiedig zijn opvattingen.'

Planetree

Ruth Heil en Pia Velema van Zorggroep Almere vertelden hoe binnen hun organisatie de holistische methode van Planetree inspireert om de mens centraal te stellen. Dit betekent dat naast de medische, verpleegkundige en lichamelijke verzorging het welzijn en welbevinden van de cliënt centraal staan. Planetree is een leidraad voor kleinschalige zorg in een respectvolle en gastvrije omgeving. Het logo van Planetree is een plataan, de boom waaronder Hippocrates les gaf. Hij stelde twee millennia geleden al dat het verhaal van de patiënt leidend moet zijn. We schreven op deze site al eerder over Planetree als methode om de ervaringen van klanten te managen. Behalve tevreden klanten blijkt de methode in de praktijk van één van de gezondheidscentra van Zorggroep Almere ook tot minder hulpvragen te leiden. Het gevolg van het versterken van eigen kracht en regie.

Windroos Toolbox

Jongeren met psychoseproblematiek vallen in Nederland vaak tussen wal en schip. Verder dan naar huis sturen met een pot medicijnen komt de hulpverlening niet. Corry Punch van De Windroos vertelde hoe een groep ouders zelf aan de slag is gegaan met een integrale aanpak voor rehabilitatie en herstel. Deze zet de jongeren weer in hun eigen kracht en sluit aan bij hun eigen mogelijkheden en toekomstwensen. Veel jongeren gaan daarna gewoon naar school en/of aan het werk. Sommigen functioneren prima met een aangepast programma. De gecertificeerde aanpak van de Windroos – door het Trimbos Instituut aangemerkt als best practice – kan nu eenvoudig elders in Nederland ingezet gaan worden voor deze groep. De Windroos heeft ‘De Toolbox: gereedschap voor herstel’ ontwikkeld. Die bevat praktisch gereedschap voor jongeren en hun begeleiders in de vorm van samenhangende educatieve modules. Hiermee kunnen jongeren hun competenties ontwikkelen om weer aan te kunnen sluiten bij het gewone leven.

Familiezorg

Familiezorg-team

Ellen Willemse en Klaartje van Montfort van het Expertisecentrum Familiezorg vertelden over het grote belang van openhartige communicatie tussen familie en hulpverleners. Met hun Methode Familiezorg zetten zij families weer in hun eigen kracht. Als voorbeeld namen ze een familie waar de moeder een CVA had gehad. Toen zij weer thuis kwam, ging het snel bergafwaarts met het gezin. De dochters ontspoorden, de vader kwam met een burnout thuis te zitten. Op het hoogtepunt waren er meer dan acht verschillende hulpverleners bij de individuele leden van het gezin betrokken. Familiezorg was de eerste die vanuit het gezinssysteem keek. De familie leerde elkaar hun emoties te tonen en te bespreken. Er kwam een gezinsagenda. De gezinshiërarchie, normen en waarden en waardering voor elkaar werden weer in ere hersteld. Hierdoor werd het gezin weer in eigen kracht gezet en konden zij zelfstandig verder. Deze methode kan het best proactief ingezet worden in mantelzorgsituaties.

Cure + complementair

Karlien Bongers

Karlien Bongers van het Nationaal Informatie en Kenniscentrum Intergrative Medicine (NIKIM) is mammachirurg. Integrative Medicine (IM) is een zorgvisie die uitgaat van gezondheid, mogelijkheden en welbevinden. Buiten Europa is het vaak heel normaal o complementaire zorg in ziekenhuizen aan te bieden. Vooral Nederland is in dit opzicht extreem behoudend. In haar praktijk als chirurg merkte ze dat er in de Nederlandse borstkankerzorg geen ruimte was voor een holistische aanpak. Daarom is zij gestopt als chirurg. Nu helpt ze via haar Adviespraktijk Borstkanker patiënten de weg te vinden in de curatieve zorg en biedt ze daarnaast evidence based complementaire zorg. Karlien vindt het belangrijk de patiënt in zijn eigen kracht te zetten. De arts is daarbij een coach. De kracht komt als je beseft dat je ook zelf iets kunt doen. Als voorbeelden van complementaire methodes noemde Karlien gember bij misselijkheid, calendulazalf voor sneller huidherstel na bestraling, yoga, acupunctuur en fysiotherapie.

Angst belemmert innovatie

Tijdens de plenaire nabespreking kwam veel energie los. Bijvoorbeeld toen een deelnemer vertelde hoe hij als anesthesiemedewerker is begonnen met het inzetten van muziek om patiënten te helpen zich te ontspannen voor een operatie. Hij gaf het voorbeeld van een extreem angstige vrouw die maar bleef huilen. Pas toen ze de eerste klanken van de muziek hoorde die ook op de bruiloften van haar kinderen was gespeeld, kon zij zich ontspannen. En hoe hij heel langzaam collega’s en artsen enthousiaster ziet worden over deze aanpak. “Maar alleen als je ze één-op-één spreekt. Want in de groep of het maatschap durven ze dit niet toe te geven.” Starre interne structuren en angst voor afkeuring vanuit de groep lijken dit soort vernieuwingen en verbeteringen in de weg te zitten.

Doe mee aan ZiN

De avond werd afgesloten met een korte brainstorm over hoe de olievlek van ZiN vergroot kan worden. Daar kwamen vele praktische ideeën over naar voren. Het verslag van deze bijeenkomst dat u nu leest is daar één van. ZiN nodigt u bovendien van harte uit om het netwerk te versterken op www.zorginspiratie.nl of op LinkedIn. Dan bent u verzekerd van tijdig bericht over de bijeenkomsten in 2011.

© 2010 Harriët Messing

maandag 8 november 2010

Herstellen doe jezelf: november 2010

Herstellen doe jezelf: november 2010

Thema avond Herstel en Ervaringsdeskundigheid bij inloop Bureau Herstel in Utrecht

Herstel en ervaringsdeskundigheid

De thema’s voor de inloop van Bureau herstel op 8 en 22 november 2010 in Utrecht

Fotoherstel.5

8 november 2010: Herstel

Herstel staat voor het persoonlijk proces richting ‘leven voorbij je beperkingen’. Mooie woorden, maar wat betekent dat voor jou? Wat betekent herstel voor jouw leven? Tijdens de inloop op 8 november staat het thema herstel centraal. Er zal informatie worden gegeven over hoe wij bij Bureau Herstel denken over de zorg bij de SBWU, maar vooral zal er interactie zijn over wat herstel voor iedereen persoonlijk betekent. Herstellen doe je zelf, maar niemand doet dat alleen. Veel mensen hebben behoefte aan steun. Die steun kan uit van alles gehaald worden. Uit de relatie met vrienden, familie, huisdieren en zelfs spullen. Een deel van de steun halen veel mensen ook uit hulpverlening. Daarom zal tijdens de inloop ook de vraag besproken worden: Waar halen we kracht en energie uit en op welke manier kan de hulpverlening ons herstelproces ondersteunen?

22 november 2010: Ervaringsdeskundigheid

Het gebruik maken van ervaringen van cliënten zelf wordt met de dag populairder. Zo worden mensen uitgenodigd om te vertellen over hun psychiatrische aandoeningen en het herstellen hiervan. Eigen ervaringen blijken een krachtig middel te zijn zowel voor de empowerment van medecliënten alsook als bron van inspiratie voor medewerkers en organisaties om de zorg te verbeteren. Maar het is niet enkel goud dat er blinkt. Lang niet iedereen binnen de zorg zit te wachten op mondige cliënten. Daarnaast is lang niet iedereen het met elkaar eens over hoe die eigen ervaringen in te zetten. Wat vraagt het van iemand nog meer, naast het hebben van cliëntervaring, om het verhaal over te brengen?

Graag gaan we met jullie in gesprek over wat jij onder ervaringsdeskundigheid verstaat. Is ervaringsdeskundigheid hetzelfde als cliëntervaring? Wat verteld herstel en empowerment ons over het inzetten van ervaringsdeskundigheid? Kun je die begrippen van elkaar los zien of horen zij bij elkaar?

Heb jij behoefte om hierover verder te praten dan ben je van harte welkom!

Waar:

Lazuli

Oudegracht 243

3511 NL Utrecht

Wanneer: 8 November en 22 november

Aanvang: 19 uur

Einde: 21 uur

Toegang: gratis

Aanmelden: gewenst per email herstel@sbwu.nl

telefonisch 030 – 236 10 88 (bureau herstel SBWU)

vrijdag 29 oktober 2010

Stigma rond psychiatrische aandoeningen | ANOIKSIS Vereniging

Stigma rond psychiatrische aandoeningen | ANOIKSIS Vereniging

Stigma en acceptatie van mensen met een psychiatrische aandoening.

WAAROM BESTAAT ER EEN STIGMA ROND PSYCHIATRISCHE AANDOENINGEN?

Mensen met ernstige psychische aandoeningen hebben over het algemeen een slechte reputatie.
Zij zouden gevaarlijk zijn, onbetrouwbaar, incompetent, onverzorgd en ongeneeslijk.
Deze beelden zijn hardnekkig, en worden gevoed door berichtgeving in de media en de
portrettering van psychiatrische patiënten in films en op televisie.

Beeldvorming rond de psychiatrische patiënt, de chronisch psychiatrische patiënt krijgt steeds vaker te maken
met intolerantie,onbegrip en zwart-wit denken.
Mensen met tbs, mensen met schizofrenie, verslaafden: eigenlijk willen we deze mensen het liefst langdurig
opbergen, uit beeld brengen, van straat halen.

De vicieuze cirkel van negatieve beeldvorming bij psychiatrische aandoeningen kan enkel doorbroken worden wanneer de
media ophoudt te vernoemen dat de persoon die een delict pleegt ook een psychiatrische aandoening heeft.

Dit is totaal irrelevant aangezien er geen verband bestaat tussen vatbaarheid voor criminaliteit en psychische aandoeningen.
Verder kan de cirkel doorbroken worden door rolmodellen die er openlijk voor uitkomen, maar hier knelt het schoentje,
wie met een belangrijke maatschappelijke positie wil deze hypothekeren
door uit te komen voor zijn/haar psychiatrische problematiek?

Mensen met psychische aandoeningen behoren tot de meest gestigmatiseerde groepen in de samenleving.
Het gevolg is dat velen maatschappelijk zijn uitgesloten en tot de marge van de samenleving behoren.

Stigmatisering belemmert het herstel van psychiatrische patiënten en hun behandeling als gelijkwaardige burgers.
Ook in Nederland.
Maar anders dan in landen als Engeland, Duitsland en Canada wordt er in ons land nauwelijks aandacht aan het probleem besteed.
Stigmatisering van psychiatrische patiënten wordt niet als een urgente kwestie beleefd en staat dus niet op de politieke agenda.

Klik hier voor meer Beeldvorming & stigmatisering thema's

donderdag 28 oktober 2010

Cognitieve Zelftherapie.Experiential Peer Counselling

NVIZP Nederlandse Vereniging voor Intergratie van Zelfhulp en Therapie

Cognitieve Zelftherapie.

brochure:

CURSUS ZELFTHERAPIE

Thema: CONTACT EN RELATIE

Academisch Ziekenhuis Groningen
Afdeling Psychiatrie
Groningen, 2003
Academisch Ziekenhuis Groningen
Afdeling Psychiatrie

Copyright
Peter C.A.M. Den Boer




INHOUDSOPGAVE

CONTACT EN RELATIE
CURSUS
FASE 1
FASE 2
FASE 3
VOORWAARDEN
COÖRDINATIE
PLAATS VAN DE CURSUS & AANMELDING
INFORMATIE
OVERLEG
MATERIAAL
EPC / CZT ZELFTHERAPIE
EEN VOORBEELD
EEN MOMENT UIT EEN BASISCURSUS
ERVARINGEN VAN DEELNEMERS
AUTONOMIE
ONDERZOEK
ZELFSTANDIGE INZET VAN DEELNEMERS IN HET PROGRAMMA
DE NIEUWSBRIEF
DE ZELFONDERZOEKGROEP MET EPC / CZT-DEELTECHNIEKEN
VOORWAARDEN
PLAATS VAN DE ZELFONDERZOEKGROEP EN AANMELDING

CONTACT EN RELATIE
Het hele leven draait om contact en relatie. Een gezin, werk, hobby, met de trein, vliegen, vakantie, boodschappen doen, leren autorijden.
Daarom is er een cursus om te ervaren wat er voor goed contact en voor het opbouwen van een relatie nodig is. En om door te krijgen welk gedrag en welk beeld je van jezelf of van anderen hebt dat het contact met familie, vrienden of collega's in de weg staat.
Contact loopt veel prettiger als er naar elkaar geluisterd wordt. Een relatie groeit als je er allebei op je gemak in voelt en ruimte voelt persoonlijke belevenissen en zorgen te delen.

Bij een verzoek om psychiatrische hulp is er meestal behoefte aan behandeling van klachten zoals angst of depressieve gevoelens. De behandeling bestaat dan uit het voorschrijven van medicijnen of gedragstherapie om beter met de klachten om te gaan.

Daarnaast echter bestaat er ook vaak de behoefte om te ontdekken wat er achter de klachten steekt. Kom je genoeg voor jezelf op? Voel je jezelf altijd verantwoordelijk? Durf je jezelf wel te uiten? Zit er nog oud zeer?
Al deze problemen komen juist tot uiting in hoe je contact met anderen maakt, dat beleeft en wat een relatie voor je betekent.
De psychiatrische klachten zelf kunnen bovendien het contact in een relatie en met familieleden, kennissen en collega's op het werk verstoren. Er ontstaat vaak machteloosheid om goed met de klachten om te gaan. Dit roept verdriet en woede op. Het kan aanleiding zijn tot onbegrip en uiteindelijk tot verwijten en ruzie en verwijdering in het contact. Meestal komt daardoor ook oud zeer mee naar boven, wat de machteloosheid, het verdriet of de woede nog eens versterkt. Verder kunnen familie en vrienden het niet altijd aan om tegemoet te komen aan de behoefte aan steun en de behoefte om te praten.
Soms is het nodig oud zeer uit de weg te ruimen, om te ontdekken wat werkelijk je behoeften zijn, om te ontdekken hoe je met elkaar een gesprek kan hebben over wat je bezig houdt in plaats van de ergernis en machteloosheid op elkaar af te reageren. Daarvoor moet je leren praten over jezelf, over je gedrag, je emotionele reacties en behoefte.

CURSUS
Leren praten over jezelf is een proces van maanden en soms jaren.
Om dit proces te vergemakkelijken wordt er cursus gegeven. Tijdens de cursus leren de deelnemers een methode voor zelftherapie. Stapsgewijs wordt men daarin begeleid. Het voordeel van het leren van die methode is dat ná het afsluiten van de behandeling de methode als zelftherapie toegepast kan blijven worden. Dit is belangrijk omdat steeds meer uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de kans groter is niet terug te vallen als mensen nog lang met een vorm van therapie doorgaan. Ook komt in wetenschappelijk onderzoek naar voren dat zelftherapie werkzaam is.


DRIE FASEN

Stapsgewijs worden deelnemers voorbereid op zelftherapie.

FASE 1

De eerste fase is een oriëntatiecursus.
De cursus bestaat uit drie dagdelen, een dagdeel per week.

Door middel van oefeningen maak je kennis met voorwaarden en vaardigheden die nodig zijn voor goed contact en het opbouwen van een relatie.

De cursus wordt gegeven in groepsverband. De oefeningen worden gedaan in 2-tallen zodat je zélf veel bezig bent en ervaring opdoet.
Ter afsluiting wordt in de laatste bijeenkomst met de deelnemers onderzocht hoe de cursus ervaren is.
De cursusleider(s) geven een advies aan de deelnemers en de behandelaar of deelname aan de tweede fase mogelijk is. Samen met de behandelaar beslist de deelnemer of men verder gaat.

FASE 2
De tweede fase is een basiscursus.
De cursus bestaat uit vijf dagen, een dag per week.
Er is weer veel ruimte om zélf ervaring op te doen omdat ook in deze cursus steeds in 2-tallen geoefend zal worden. De deelnemers worden geleidelijk aan erop voorbereid om ná de cursus de methode zelf toe te kunnen passen.

In vergelijking met de oriëntatiecursus gaat deze cursus dieper in op contact maken en het opbouwen van een relatie. De zelfhulpmethode helpt erbij te onderzoeken in welke valkuilen bij herhaling gevallen wordt in het dagelijks leven. Een onderdeel is het onderzoeken van jezelf als kind omdat daar de eerste denkbeelden ontstaan over jezelf en anderen. Bovendien blijkt dan dat het beter doordringt welke volwassen mogelijkheden er zijn. Als dat bewust wordt is het makkelijker om goede voornemens te maken om thuis uit te proberen.

Ter afsluiting van de cursus wordt in de laatste bijeenkomst besproken hoe de deelnemers het ervaren hebben en of er voldoende vaardigheid is de zelftherapie methode zelfstandig te gebruiken.
De cursusleider(s) geven een advies aan de deelnemer en de behandelaar of deelname aan de derde fase mogelijk is. Samen met de behandelaar beslist de deelnemer of er deelgenomen wordt aan de zelfhulpbijeenkomsten.

FASE 3
De derde fase is zelfhulp. Een maal in de twee weken is er gelegenheid om samen met andere deelnemers gebruik te maken van de zelftherapie methode die in de cursus is geleerd. Alle deelnemers die hieraan deelnemen hebben een certificaat gekregen waaruit blijkt dat de basiscursus is gedaan en men in staat is zelfstandig door te gaan.

De deelnemers overleggen met de behandelaar of verdere behandeling, zoals met medicijnen, crisisopvang of relatietherapie nodig is.

VOORWAARDEN
Psychiatrische klachten zoals depressieve gevoelens of psychotische verschijnselen, crisis en onvoldoende zelfzorg moeten eerst goed behandeld worden.
Er is geen bezwaar tegen deelname als er op dokters advies medicijnen gebruikt worden. Er is wel bezwaar tegen deelname als er alcohol of drugs gebruikt wordt.Emoties zijn dan beïnvloed waardoor er niet door kan dringen waar het bij de oefeningen en waar het in het leven om gaat.
Als er risico's zijn - zoals de neiging tot zelfdoding of agressie naar zichzelf of anderen - dan is het nodig daar in een behandeling eerst voldoende zelfcontrole over te krijgen.
Voor deelname is het nodig dat deelnemers bereid zijn om de cursusdagen die afgesproken zijn te komen en alle oefeningen mee te doen. Ook is het nodig dat deelnemers bereid zijn aan te geven waar ze tegen aanlopen tijdens de cursus en hulp daarbij te vragen.

Het is van groot belang dat de deelnemer bovenstaande punten met de behandelaar bespreekt en dat de behandelaar het verzoek om deelname ondersteunt.

COÖRDINATIE
Het zelftherapie aanbod wordt door meerdere medewerkers van de afdeling psychiatrie van het AZG verzorgd en staat onder leiding van psychiater P.C.A.M. den Boer. telefoon: 050-3612008, klik hier om te mailen en psycholoog Liesbeth Mulder, telefoon (050)3612008, klik hier om te mailen

PLAATS VAN DE CURSUS & AANMELDING
Academisch Ziekenhuis Groningen.
Als in overleg met de behandelaar besloten is dat er aangemeld wordt voor deelname, dan zal de behandelaar de cursusmedewerkers inlichten en informatie over de deelnemer verstrekken. Daarna krijgt de deelnemer bericht en een uitnodiging voor de cursus. Dan begint de voorbereiding op de cursus met behulp van huiswerk en een vragenlijst. Hierdoor krijgen de deelnemer en de cursusleider(s) inzicht in de omstandigheden waarin de deelnemer verkeert op dat moment.

INFORMATIE
Voor verdere informatie kan men zich richten tot uw eigen behandelaar.
De behandelaar kan overleggen met een van de zelftherapie medewerkers op de polikliniek psychiatrie van het AZG.
De informatie die nodig is om een keuze te kunnen maken voor deelname aan de basiscursus komt in de oriëntatiecursus aan de orde.

OVERLEG
Als een deelnemer al diverse therapieën heeft gehad en nog ernstig lijdt onder de klachten, kan het gebeuren dat er een vertrouwenscrisis komt. Dan neigt de deelnemer ertoe de therapie af te breken, of andere behandelaars om advies te vragen. Steun is van doorslaggevende betekenis zijn om toch door te kunnen gaan. Van groot belang is het om in dat geval te overleggen met een van de cursusleiders.

CURSUS MATERIAAL
Tijdens de oriëntatiecursus en basiscursus wordt er gebruik gemaakt van drie boeken.
* CONTACT & RELATIE 1, Theorieboek over het zelftherapie proces
* CONTACT & RELATIE 2, Oefenboek voor zelftherapie
* CONTACT & RELATIE 3, Handleiding voor zelfbeoordeling van het therapieproces.

De boeken zijn geschreven door P.C.A.M. den Boer en C.H.J.M Raes.
De boeken zijn te bestellen via deze link


EPC / CZT ZELFTHERAPIE
De methode die in de cursus geleerd wordt staat bekend onder de naam EPC zelftherapie ofwel Experiential Peer Counselling. De wetenschappelijke naam is CZT, de afkorting van Cognitieve Zelftherapie (zie het hoofdstuk over onderzoek).
Van de naam Experiential Peer Counselling slaat "Experiential" op het belang van de eigen ervaring. "Peer" slaat op het oefenen met lotgenoten. "Counselling" is de manier waarop geleerd wordt naar elkaar te luisteren en elkaar te helpen bij de zelftherapie met respect voor de ander en zijn of haar mogelijkheden. Persoonlijke ervaring met gebeurtenissen staat in zelftherapie voorop. Met behulp van de methode wordt duidelijk hoe van die ervaring gebruik gemaakt kan worden.

Zoals we in het dagelijks leven op anderen reageren en hoe we andere mensen ervaren, heeft te maken met ervaringen uit het verleden. Situaties uit het verleden en zelfs uit de kindertijd worden opnieuw beschreven om door te krijgen hoe we nog steeds op dezelfde manier op mensen reageren. Dat inzicht is van groot belang om te bekijken wat nu beter anders gedaan kan worden.
Als het zo vanzelfsprekend is dat ik als kind al alle zorgen op me nam dan doe ik dat waarschijnlijk nu nog. Als ik erachter kom dat ik dat vroeger deed omdat ik anders straf kreeg, dan komt er een gevoel van opluchting als ik besef dat straf nu in het dagelijks leven geen rol meer speelt. Bovendien dringt dan tot mij door dat mijn collega of mijn partner daar ook niet op uit is. Daardoor kan ik vervolgens op ze afstappen en bespreken wie welk deel van de zorgen op zich gaat nemen. En dát geeft mij ruimte.

Afreageren en een terugval van klachten komen vaak voor bij een behandelgesprek als het gesprek emotioneel en diepgaand is geweest. Om dat te voorkomen heeft een zelftherapie sessie een zeer strakke structuur. Je kunt er geen onderdeel uit weglaten. Wat nodig is leer je stap voor stap door het in een basiscursus te ervaren.

EEN VOORBEELD
Men gaat uit van een situatie van de afgelopen week.
En men sluit een sessie af met een haalbaar voornemen voor de komende week.

Ieen actuele situatie
...ik ben altijd de klos, ik zit achter mijn bureau, het is maandagochtend, mijn baas staat achter mij; en hij zegt: 'wil jij deze grote klus even met spoed doen?'; ik ben de enige die op tijd is, daar wordt dan weer misbruik van mijn stiptheid gemaakt, ik ben altijd de klos, altijd; altijd wordt er misbruik van mijn stiptheid gemaakt, dat maakt me boos, hartstikke boos.

IIKinderherinnering
(n.a.v. de innerlijke reactie en behoefte uit deel I)

...een herinnering die bij me opkomt waarin ik me gebruikt voel is.. dat.. ik ben zes jaar, ik ben op tijd uit school, ik kom thuis, moeder staat in de deuropening, ze zegt: 'fijn dat je al thuis bent, ga jij eerst even boodschappen doen'?; ik voel me zó genomen, ik ben blij om haar te zien, en het enige wat ze zegt is: 'jij gaat meteen boodschappen doen,' ik ben blij om haar te zien en ze stuurt me weg, ik voel me dan zo belazerd, altijd stuurt ze me weg, terwijl ik zo blij ben om haar te zien; moeder zegt: 'ga jij even boodschappen doen'?; ik zou willen zeggen: 'nee, nee, doe het zelf, r.. moeder, ben jij dan niet blij dat ik er weer ben'?; ik voel dan een brok in mijn keel van verdriet;

IIIAfronding
(m.b.v een gestandaardiseerde vragenlijst voor het verkrijgen van inzicht en het maken van een voornemen)

- in de kinderherinnering ben ik blij dat ik moeder zie, maar het maakt me zo verdrietig dat ik dat bij haar niet voel; - de aanleiding is dat ze me wegstuurt om boodschappen; - ik heb er behoefte aan dat ze me even omhelst.. of een kopje chocolade met me drinkt; - ik deed wat ze vroeg, en nam wraak door te chagrijnen zodat zij ook niet kon voelen dat ik blij was; - ja dat doe ik wel vaker; - in de aktuele situatie van de ingang van de sessie voel ik me weer de pineut, en regel ik de klus zo, zo schiet me nu te binnen, dat het net fout loopt, maar dat mijn baas er niets van kan zeggen; - wenselijk zou zijn in de kinderherinnering dat moeder liet zien dat ze blij was mij te zien, en me niet om boodschappen stuurde; ja.. als vader ziek was bijvoorbeeld dan was het wel reëel dat ze me om boodschappen stuurde, maar toch ook dat ze even liet merken dat ze het fijn vond om me weer te zien en dat we een afspraakje maakten; - dat ik het had kunnen vragen, als ik beseft had dat het zo in mekaar stak, of dat het zo belangrijk voor me was, maar ze zou het misschien toch niet verdragen hebben; - anders is nu dat ik alleen voor mijn geld van mijn baas afhankelijk ben, hij kan het op zich wel hebben dat ik 'nee' zeg of 'straks'; - dat zou ik ook wel kunnen zeggen ja, ik sta er achter dat ik maandags stipt op tijd kom, maar volgende week maandag zet ik op het bureau een bordje met 'wegens werkzaamheden doorlopen,' ik wijs hem dan op dat bordje, als hij vraagt wat dat betekent zeg ik 'wil jij eerst mijn collega's vragen het te doen.. zij hebben het kennelijk niet zo druk omdat ze er nog niet zijn,' eventueel zeg ik ook dat het zijn probleem is daar iets aan te doen; - zoals ik het vertel geeft het ruimte.. ook voor hem.. al zal hij het niet prettig vinden, tenslotte ben ik niet verantwoordelijk voor zijn personeelsproblemen, mijn werk kan ik dan ook weer naar behoren doen, dat is toch waar ik me het meest prettig bij voel; - zo voelt het goed afgerond, het onderscheid is mij duidelijk.

EEN MOMENT UIT EEN BASISCURSUS
Het is halftwee in de middag van de tweede dag. We hebben zojuist gegeten. We zitten in een kring. De docent vraagt ieder een moment bij zichzelf stil te staan en in een paar woorden te vertellen wat hij of zij morgens ervaren heeft wat goed was en nieuw. Er wordt alleen naar geluisterd. Wat verteld wordt is op zich de moeite waard. Het gaat erom dat ieder de gelegenheid krijgt iets meer van zichzelf bewust te worden. Dat is voor de een heel iets anders dan voor de ander.

Arend: "Ik heb voor mezelf ontdekt vanmorgen dat ik toch naar iemand kan luisteren zonder dat ik daarmee in de ander op ga. Ik dacht: 'ieder zijn eigen probleem'. Ik voel me ook niet zo moe nu."

Maartje: "Door die oefening waarin je precies moest beschrijven wat er in die herinnering gebeurde, ging ik ongemerkt nog veel meer zien. Dat had ik niet gedacht eigenlijk."

Karel: "Ik wil liever niets vertellen nu."
Docent: "Het hoeft niet iets persoonlijks te zijn, alleen als je dat zelf wilt. Maar kijk even of er misschien iets heel anders is wat je als goed of nieuw ervaren hebt."
Karel: "......., ja, dat is waar ook, ik voelde me wel rot tussen de middag, maar het heeft een keer niet mijn eetlust bedorven, haha..."

Ieder krijgt de gelegenheid wat te vertellen. Daarna wordt de volgende oefening uitgelegd.

Docent: "Wat we nu gaan oefenen is een techniek, die net als de vorige, bedoeld is om duidelijker te gaan beleven wat er allemaal in je omgaat. De techniek heet de 'techniek van de herhaling'. Als ik vertel wat er bijvoorbeeld nu in me omga... "ik voel me,... ja dat weet ik niet precies,.... wat gespannen, ik zit wel makkelijk te praten, maar ik voel me toch gespannen, ik voel me onzeker..." Door dat een aantal keren te herhalen kan ik dat duidelijker gaan beleven, of komt er misschien wel heel iets anders naar voren. Je kunt het beter zelf oefenen, dan ervaar je waar het om gaat. Je hoeft niet aan ingewikkelde dingen te denken. Wat er in je opkomt is goed. Vertel het maar... De oefening doe je in een tweetal, ieder 5 minuten, om de beurt. Je spreekt af wie het eerst begint te vertellen. De ander luistert, en kan je helpen door een keer te zeggen: "herhaal het eens". Na 5 minuten draaien de rollen om."
Nadat er tweetallen gevormd zijn, gaat ieder aan de slag. Na deoefening komen we weer bij elkaar, om er over na te praten.

ERVARINGEN VAN DEELNEMERS
1. Ik ben zo uitvoerig geweest omdat ikzelf de drempel van het onbekende, destijds, onnodig hoog vond.

Nou - daar sta je dan. Je hebt net het voorstel gekregen, deel te nemen aan een basiscursus zelftherapie. De beslissing is aan jou!
De uitleg die je krijgt komt er in het kort op neer, dat je in zo'n cursus het "gereedschap" krijgt aangereikt om jezelf uit de problemen te werken. Het gaat hier dus om cursus in: "Zelfhulp". Ik moest zelf de beslissing nemen. Ondanks sterke twijfels en grote angst voor het onbekende, besloot ik toch maar een sprong in het diepe te wagen.
De cursus bleek helemaal niet eng te zijn. Als ik er op terug kijk, is het een van de waardevolste ervaringen geweest in mijn leven. Je bent in zo'n cursus met allemaal gelijkwaardige mensen onder elkaar. Je leert om naar jezelf te kijken en om te voelen wat er met je gebeurt. Je leert om aandacht aan anderen te geven; maar ook om aandacht van anderen te krijgen. Je leert vooral om je gevoelens uit te spreken.
Er worden hele duidelijke afspraken gemaakt die strikt worden nageleefd. Zo geldt er bijvoorbeeld een strenge regel: Niets van wat je hoort uit het leven van een ander mag je aan derden doorvertellen. Zelfs binnen de groep mag je niets vertellen uit het leven van een ander van de groep. Regelmatig krijg je in de zogenaamde "deelrondes" de gelegenheid je ervaringenmet de oefeningen te vertellen. Op deze manier ontstaat er een heel vertrouwelijke sfeer waarin je jezelf veilig voelt.
Voor de eerste keer in twintig jaar kon ik huilen waar andere mensen bij waren, zonder me te schamen of me rot te voelen. Juist door jezelf te laten zien in je kleinheid geef je een ander de kans en de moed om dat ook te doen. Dit verbroedert en werkt heel ontspannend.
Eindelijk zag ik glashelder waar het in mijn leven verkeerd was gegaan, waardoor ik op latere leeftijd in de problemen ben gekomen.
Maar ik leerde ook wat ik er aan kan doen om dit te herstellen!
Het was alsof er een gaatje in een heel dicht wolkendek was gekomen, waar ik, heel rustig, de zon door zag schijnen. Ik leerde elke keer dat gaatje wat groter te maken.
Nu ik door te counselen, gevoelens bewust aan het verwerken ben, merk ik wel, dat als gevolg hiervan mijn klachten en symptomen ook minder vaak voorkomen en in hevigheid afnemen.

2.Achter de weerstand schijnt de zon!

De ervaring dat andere deelnemers dezelfde steun ervaren aan de methode, maakt dat ik me vrij blijf voelen naar de ander. Ik hoef voor de ander niet meer te betekenen dan de rol zoals ik die geleerd heb als medewerker tijdens een basiscursus. Hiermee voorkom ik ongelijkwaardigheid, maar ook, en zeker niet onbelangrijk, een te grote belasting.
Als ik ergens niet meer uitkom en het maar steeds door m'n hoofd bliksemt, weet ik dat ik altijd naar de zelftherapie bijeenkomsten kan gaan waar lotgenoten zijn. Door de vragen die zij stellen van een zelf therapiesessie durf ik de confrontatie met m'n situatie van dat moment durf aan te gaan in mijn tempo en in mijn eigen woorden. Met vertrouwen voel ik me gesteund door de veiligheidsregels die alle deelnemers erkennen. Naderhand voel ik me wel moe, maar voldaan, terwijl ik opgelucht en vrij van geest weer in m'n thuissituatie stap. Steeds vaker merk ik bij mezelf dat wat ik eerder door ervaring geleerd heb zich aanbiedt en het makkelijker integreert in het maken van keuzes in m'n dagelijkse activiteiten. Dat geeft vertrouwen in mezelf. Eerst leek er altijd maar één uitweg: vluchten. Nu kan ik mezelf meer opties voorleggen, zelfstandig een keuze maken als dat nodig is, maar ook samen een keuze maken in het contact met anderen.

AUTONOMIE
Autonomie ofwel zelfstandigheid is zo belangrijk dat er hier in een apart hoofdstuk aandacht aan wordt besteed.

Het begint al voordat je naar de GGz of een polikliniek psychiatrie gaat. Neem je de stap zelfstandig, of doe je het omdat iemand anders het van je vraagt of het je opdringt?

Ben je het ermee eens welke behandeling je krijgt? Vraag om toelichting. Totdat je zelf ook merkt dat de behandeling aansluit bij jou.

Het kan ook verwarrend zijn. Je bent in behandeling en je bent het niet eens met je behandelaar. Je wordt in het vertrouwen geschokt. Vaak is dat een fase in een therapie. Je hoeft het ook niet altijd honderd procent met elkaar eens te zijn om toch door te kunnen gaan. Misschien is dan dát wel wat je kan leren.

Het moeilijkste kan zijn om 'zelfstandigheid' te leren als je juist van een behandelaar afhankelijk bent. Als je dan iets doet waar je achter staat, is het bijna niet te onderscheiden van een eigen inzicht of dat je het doet omdat je de behandelaar vertrouwt.

Zelftherapie. Dat wil niet zeggen aan je lot overgelaten worden. Hier is het zelfhulp met zo nodig een behandeling op maat om zelfhulp mogelijk te blijven maken.

ONDERZOEK
Er is onderzoek naar het resultaat van zelftherapie gedaan. De wetenschappelijke naam van de methode is Cognitieve Zelftherapie (CZT).

De naam slaat op het doel van de methode, automatische gedachten, gevoelens en reacties bewust te worden, om die in positieve zin te veranderen. Het wordt dan bijvoorbeeld makkelijker om overmatige schuldgevoelens van je af te zetten, beter voor jezelf op te komen, of in harmonie met elkaar om te gaan.

Uit onderzoek blijkt dat vooral mensen met depressieve klachten of angstklachten er baat bij hebben. Vooral heeft men resultaat als er ook een behoefte is, te leren om zelfstandig en gemakkelijk met mensen om te gaan of de behoefte bestaat een evenwichtige relatie op te bouwen.

Een groot deel van de deelnemers ervaren een verbetering van hun klachten, een verbetering van contact in het gezin en op het werk. Een deel van de deelnemers ervaart ook minder afhankelijk te zijn van hulpverleners.


ZELFSTANDIGE INZET VAN DE DEELNEMERS IN HET PROGRAMMA

Deelnemers leiden zelf het zelftherapie programma. De deelnemers hebben een creatieve en nuttige bijdrage bij het verbeteren van het zelftherapie aanbod, zoals het invoeren van het optreden als gastvrouw of heer op de laatste ochtend van de basiscursus. Daarmee hebben zij de drempel verlaagd voor deelnemers van een basiscursus om aan de zelftherapie bijeenkomsten mee te gaan doen. Zij maken deze nieuwe deelnemers eerder vertrouwd met de zelftherapie bijeenkomsten, iets waarin wij, hulpverleners, mogelijk door onze functie niet goed in slagen en de deelnemers wel.


DE NIEUWSBRIEF
Vier keer per jaar verschijnt een nieuwsbrief met informatie over de gang van zaken en discussie tussen deelnemers en stafmedewerkers over mogelijk nieuwe ontwikkelingen.

DE ZELFONDERZOEKGROEP MET EPC-DEELTECHNIEKEN

In tegenstelling tot de EPC-zelftherapie, waarbij inzicht ontstaat hoe je in het leven staat en hoe dat vanuit je kindertijd is ontwikkeld, beperkt de zelfonderzoekgroep zich tot het hier en nu.

In de zelfonderzoekgroep onderzoek je je eigen reactie en gedrag in relatie en contact met anderen.
Het zelfonderzoek wordt gebruikt om:
- Inzicht te krijgen in de eigen reacties en behoeften
- Het onderzoeken van nieuwe mogelijkheden
- Het maken van nieuwe voornemens
- Oefenen met nieuw gedrag

De zelfonderzoekgroep is een open groep. Deelnemers kunnen dus direct instromen. Deelnemers verplichten zich wel minimaal 5 keer deel te nemen aan de zelfonderzoekgroep. De zelfonderzoekgroep wordt begeleid door een EPC-medewerker.

De zelfonderzoekgroep kan een vervolg zijn voor andere behandelvormen: polikliniek, dagziekenhuis en kliniek. Mensen die nog niet toe zijn aan een EPC-cursus kunnen voorbereiden in de zelfonderzoekgroep. Mensen kunnen overstappen van de EPC-zelftherapiegroep naar de zelfonderzoekgroep en omgekeerd.

VOORWAARDEN
Voorwaarde is dat de psychiatrische problematiek niet meer op de voorgrond staat. Van de deelnemers wordt gevraagd dat zij bereid zijn zich te houden aan de methode en de afspraken. Voor deelname is een crisisplan aanwezig en tevens is een behandelaar aanwezig voor medische controle.

PLAATS VAN DE ZELFONDERZOEKGROEP EN AANMELDING
Academisch Ziekenhuis Groningen.
Als in overleg met de behandelaar besloten is dat er aangemeld wordt voor deelname aan de zelfonderzoekgroep, dan zal de behandelaar de EPC-medewerkers inlichten en informatie over de deelnemer verstrekken. Vervolgens wordt de deelnemer uitgenodigd voor een informatief/ kennismakingsgesprek. Hierna volgt nog een voorbereidend gesprek en kan de deelnemer instromen in de zelfonderzoekgroep.

_________________________________________________________________________________


vrijdag 23 juli 2010

Mary O’Hagan: ‘Sluit alle psychiatrische ziekenhuizen in Nederland’

Mary O’Hagan: ‘Sluit alle psychiatrische ziekenhuizen in Nederland’

Als hoogste ambtenaar van het ministerie van Volksgezondheid in Nieuw Zeeland was ervaringsdeskundige Mary O’Hagan verantwoordelijk voor een grootscheepse invoering van herstelgerichte zorg in de geestelijke gezondheidszorg. Onlangs gaf ze in Nederland een masterclass. ‘Bij ons krijgen patiënten managementcursussen aangeboden, zodat ze in zorginstellingen de leiding kunnen nemen.’

Mary O’Hagan

Wat verstaat u onder herstelgerichte zorg?
‘In essentie is het een nieuwe zorgfilosofie, met als uitgangspunt dat psychische ziekten een betekenisvol onderdeel zijn van de persoonlijke levensgang.
Geestelijk ziek worden, is een ramp met verstrekkende gevolgen, maar we moeten ophouden er uitsluitend pathologisch naar te kijken. Want het is tegelijkertijd een levenservaring waar je van kunt leren. En vaak bestaat er een uitweg naar een vol en bevredigend leven, zo blijkt uit de ervaringen van veel “opgegeven” patiënten.’

Hoe verging het u?
‘Ik kreeg de diagnose bipolaire persoonlijkheidsstoornis en leed - jaren geleden - onder extreme gemoedswisselingen. In mijn psychosen was ik ervan overtuigd dat ik naar een andere planeet zou verhuizen. Mijn psychiaters waren niet geïnteresseerd in de inhoud van die waanbeelden. Die konden alleen bestreden worden met medicatie, zeiden ze. Maar voor mij waren de waanbeelden wel betekenisvol, ze stonden symbool voor mijn vervreemding van de wereld.
Achteraf bezien, beschouw ik het als een strijd die ik - met hulp van medicatie - heb gewonnen. Ik kijk erop terug als een initiatie in de volwassenheid: ik heb geleerd met de ziektesymptomen om te gaan, om goed voor mezelf te zorgen en ik heb ontdekt dat zelfmedelijden bij mij destructief uitpakt.
In plaats zelfmedelijden te hebben en de moed te verliezen, ging ik mogelijkheden zien en kansen benutten. Toen ik stabiel genoeg was, kreeg ik een baan en verhuisde ik naar een andere stad. Door mijn positieve ervaringen en behaalde successen kreeg ik steeds meer zelfvertrouwen.’

Moeten behandelaars de inhoud van waanbeelden serieuzer nemen?
‘Er zijn wel psychiaters geweest die waanbeelden hebben geanalyseerd, maar altijd op een negatieve manier; als onderdeel van de pathologie, niet als leerzame ervaring die sturend kan zijn voor iemands levensloop. De ggz kijkt naar de beperkingen van patiënten, de herstelbeweging richt zich op hun kracht en mogelijkheden. Mijn psychiater zei ooit: “U zult voor de rest van uw verdere leven ziek zijn en nooit meer volwaardig kunnen werken.” Het klonk alsof ik geen hoop mocht hebben, geen toekomst.
De samenleving vindt gekte angstaanjagend, het staat op de laagste trede van de hiërarchische ladder van menselijke ervaringen. Een belangrijke reden waarom veel psychiatrische patiënten maar niet herstellen, is dat ze worden gediscrimineerd. Als erkend werd dat het krijgen van een psychiatrische ziekte een betekenisvolle ervaring kan zijn, zou geestesziekte beter worden geaccepteerd en krijgen patiënten meer respect.’

Uw visie had enorme implicaties voor de ggz in Nieuw Zeeland.
‘Herstelgerichte zorg vraagt om een herschikking van de hulpverlening en om een andere houding van de samenleving. Want patiënten herstellen niet in een vacuüm en het oude systeem hield hen gevangen in hun ziekte. Patiënten willen een baan, een woning en een partner.
Twaalf jaar geleden richtte onze regering al haar pijlen op de invoering van herstelgerichte zorg. Alle grote psychiatrische ziekenhuizen zijn gesloten. Want hoe kunnen patiënten daar werken aan hun herstel? Die grote instituties scheiden patiënten van de samenleving, hun hiërarchische organisatie maakt gelijkwaardige zorgrelaties onmogelijk, ze ontnemen patiënten hun vrijheid en hebben een depersonaliserende uitwerking.’ 

En verder?
‘De overheid startte een antidiscriminatie campagne die nu nog loopt. Deze bestaat uit televisiespotjes van bekende oud-patiënten met een succesvol leven, zoals spelers van het nationale rugbyteam. De houding van de samenleving ten opzichte van psychiatrische patiënten is hierdoor meetbaar verbeterd.
Patiënten hebben bij ons grotendeels de regie over hun eigen herstel en worden door hulpverleners als gelijken behandeld. Ze worden goed geïnformeerd over hun medicatie, worden nauw betrokken bij hun behandeling - ze schrijven mee aan hun behandelplan - en worden aangespoord hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. Het mag niet zo zijn dat hulpverleners alsmaar oplossingen aandragen die patiënten klakkeloos overnemen.
De betutteling moet eraf en hulpverleners moeten patiënten niet altijd in bescherming willen nemen. Moedig ze liever aan hun dromen te verwezenlijken. Bij ons krijgen patiënten managementcursussen aangeboden, zodat ze in de zorgorganisaties de leiding kunnen nemen. Het merendeel van het zorgpersoneel zou zelfs uit ervaringsdeskundigen moeten bestaan, vind ik. In Nieuw Zeeland hebben we ook een landelijk peer support-systeem opgezet, met als uitgangspunt dat de toegang tot ervaringsdeskundige buddy’s net zo groot moet zijn als tot medicatie en psychotherapie. Je hoort het, we hebben veel meer nodig dan pillen en behandelingen om echt beter te worden.’

Wat vindt u van de Nederlandse ggz?
‘Nederland heeft veel psychiatriebedden, vooral dat houdt de overgang naar herstelgerichte zorg tegen. En ik heb sterk de indruk dat jullie zorg te paternalistisch is en dat mensen zich te comfortabel voelen bij de voordelen van de verzorgingsstaat. Ik ben geen voorstander van het Amerikaanse systeem, maar patiënten moeten er wel toe worden aangemoedigd een weg te zoeken uit de psychiatrische zorg.
Een concreet advies: sluit alle psychiatrische ziekenhuizen, help patiënten in hun eigen huis, organiseer een grootscheepse antidiscriminatie campagne, richt een landelijke peersupport service op en vervang de organisatiestaf door ervaringsdeskundigen.’

Wordt u, als ervaringsdeskundige, op het ministerie in Nieuw Zeeland serieus genomen?
‘Discriminatie is een stille kracht. Soms voel ik dat mensen minder van me verwachten. Maar dat was nooit een belemmering voor mijn functioneren. Dat komt vooral door zelfvertrouwen, ik heb me nooit geschaamd. Als je zo’n strijd met een psychiatrische ziekte hebt gevoerd, verdien je lof en bewondering in plaats van disrespect.’ (JH)

Klik hier voor meer informatie over Mary O’Hagan

Klik hier voor meer informatie over Stichting Beschermde Woonvormen Utrecht (SBWU)


© Psy 01-06-2010

Prima gedachtegang. Heb diverse sollicitatie in GGz gedaan.

Met cv waarop Master of Business Administration , HBO P&O, Hoger Management Opleiding, Coach en Ervaringsdeskundigheid prijkt.

Tot nu toe geen succes. Wellicht is er hoop en inspiratie te putten uit deze visie.
Pim
wo 02/06
Zijn er statistische gegevens over het resultaat van deze herstelgerichte zorg in Nieuw Zeeland? Bij hoeveel procent van de daarvoor in aanmerking komende clienten leidt dit tot een daadwerkelijke met succes vervulde, leidinggevende functie?
Wout Visser
wo 02/06
Alsof succes alleen bepaald wordt door een baan of materiele zaken - maar zo zit de huidige maatschappij helaas in elkaar: kortzichtig en mensen worden gewaardeerd op hun maatschappelijke positie en hoeveel geld ze maken.
In mijn visie kun je ook succes hebben op het spirituele vlak, met je levenservaring, met een brede interesse in alles en daar wat mee doen in je leven, zonder dat om te zetten in een carriere of geld.
Ik denk (en hoop...) dat de maatschappij van de toekomst er een zal zijn van soft kapitalisme, en niet het harde van nu, zodat mensen meer worden gewaardeerd om wie ze zijn, en niet om wat ze verdienen of welke functie ze hebben.
A.D. Pereboom
do 03/06
Geweldig! Nu nog de verslavingszorg...
Anoniem
do 03/06
Interessant artikel, echter niet haalbaar in NL. In NL willen de verpleegsters de regie hebben. Naarmate de welstand en het opleidingsniveau hoger is van hun clienten, zullen ze deze harder naar beneden duwen en alles afnemen (carriere, gezin) en dwingen een suicide verklaring te ondertekenen.
Separeren is hét middel voor verpleegsters om mensen met een loopbaan tot de grond af te breken. Uitlokken is een bekende taktiek van verplegend personeel.
Juriste
do 03/06
De klinische zorg in de psychiatrie wordt betaald op grond van dbc en zzp dus door het stellen van een diagnose en het verstrekken van medicatie. Herstel heeft geen plek binnen de financiering wat het moeilijk maakt er tijd en personeel voor vrij te maken.
Erik
vr 04/06
Aan juriste: Wat is het nu voor een onzin om te stellen dat de 'verpleegsters' de regie hebben, en kortzichtig ook. Het klopt dat er in NL nog veel moet gebeuren in herstelgerichte zorg, maar om nu alles op het bordje van één beroepsgroep te gooien is wel erg kort door de bocht. Herstelgerichte zorg is juist een kans voor de verpleging, met name de GGZ verpleegkundig specialist welke (meer dan een psychiater) de cliënten kan helpen om te gaan met de gevolgen van de psychiatrische stoornis en te herstellen!
een verpleegkundige
ma 07/06
@ wout visser
Ed's worden vooral ziek, in nederland, vanwege de belabberde arbeidsvoorwaarden. In heerlen werken we met 2 ed's, ons ziekteverzuim ligt ver onder dat van de reguliere profs.
Maurice wasserman, ed, fact mondriaan
ma 07/06
Geblogd met Flock-browser